Samen spelen met risico:
Mijn praktijkverhaal op NatuurTalent.
Hier noteer ik elke avond de dag, kort en dagboekgewijs.
Dag 1 : Tussen twee rollen: mama en stagiaire
Mijn eerste stagedag bij NatuurTalent voelde vooral als een dag van observeren en zoeken. Ik wilde begrijpen hoe de dag hier verloopt, welke afspraken er zijn, wat kinderen spontaan opnemen en waar de begeleiders subtiel richting geven. Maandag is sowieso een rustige startdag: vrij spelen over het domein en begeleiding die meespeelt. De dromen voor die week worden in de loop van de dag genoteerd.
Wat meteen voelbaar was, was mijn dubbele rol: die van begeleider/stagiaire én mama. Ik weet dat Olliver op nieuwe plaatsen en in grote groepen niet goed tot rust komt, en ook hier was dat het geval. Daardoor hing hij sterk aan mij. Ik voelde zijn nood aan nabijheid, maar ook een innerlijke spanning. Als mama wilde ik hem nabij zijn, maar als begeleider wilde ik mezelf niet laten opslorpen en de ruimte hebben om de omgeving te leren kennen. Dat botste, want hij had me bij alles nodig. Die dubbelheid bleef de hele dag voelbaar. Het gevoel dat ik hem misschien te weinig gaf, en tegelijk dat ik niet genoeg ruimte maakte voor de rest van de groep en de omgeving. Het was geen fout, maar wel een leerpunt. Het liet me zien hoe complex het is om nabijheid en afstand te balanceren, zeker wanneer je eigen kind deel uitmaakt van de setting.
Wat me ook opviel, is dat kinderen hier veel zelf opnemen. Ze bewegen vrij, zoeken hun weg, en de begeleiders creëren een omgeving waarin dat kan: een plek waar kinderen niet alleen fysiek veilig zijn, maar ook zichzelf mogen zijn, waar alles kan en waar vertrouwen voelbaar is. Je herkent de kinderen die hier al eerder waren: zij voelen zich hier thuis en weten vaak al vóór de dag begint met welke dromen ze deze week naar het kamp komen.
Het was een dag waarin veel binnenkwam. Van verliefd worden op de locatie tot je verloren voelen tussen de rol van mama en stagiaire. Van mijn dochter hier zien genieten tot mijn zoon die geregeld vroeg om naar huis te gaan. En het zou nochtans een locatie kunnen zijn waar beiden tegelijk op kamp kunnen zijn, elk op hun eigen manier. Omdat deze natuurlijke omgeving ruimte biedt aan verschillende soorten kinderen: de kinderen die avontuur zoeken én de kinderen die rust nodig hebben, de kinderen die meteen opgaan in het spel én de kinderen die eerst moeten landen, zowel de kinderen die groot en wild willen spelen als de kinderen die klein en dicht bij zichzelf willen blijven. Hier vindt elk kind kansen die bij hem of haar passen.
Dag 2 : Van droom naar zipline.
Vandaag begon met een eenvoudige vraag van een 5‑jarige avonturier: “Kunnen we een zipline maken?” Wat eerst een losse droom was, groeide uit tot een project dat kinderen van 5 tot 12 jaar verbond. Het was prachtig om te zien hoe één idee een hele groep in beweging zet.
We startten met een klein groepje om te verkennen: Welke bomen kunnen we gebruiken? Wat hebben we nodig? Hoe maken we dit veilig genoeg, zonder het avontuur weg te nemen?
Kinderen dachten mee op hun eigen niveau. De jongsten droomden luidop, de oudsten dachten al vooruit: “Zou dit beter zijn voor de kleinere kinderen?” of “Misschien moeten we het hoger hangen, maar dan wel steviger.” Het was samenwerken in zijn puurste vorm: ideeën delen, materiaal zoeken, testen, bijsturen.
Samen met een andere begeleidster voelde ik dat typische spanningsveld: we willen ruimte geven, maar we willen ook zeker zijn. Is het vast genoeg? Is het veilig genoeg? Hoe zat dat nu weer met die spanriem? Ik dacht dat ik het nog wist, en toch twijfelde ik. En wat met de beveiliging? Een klimbroekje is er niet. Welke hoogte is dan oké? Een touw om af te remmen? Kussens of matrassen? De groteren komen direct op de grond, maar anders is veiligheid niet meer gegarandeerd.
Die twijfel was geen zwakte, maar een reminder dat het faciliteren van risicovol spel vraagt om bewuste keuzes: een spelterrein zo vormgeven dat risico’s kunnen ontstaan, dat de omgeving rijk genoeg is om avontuur mogelijk te maken, maar waarin elke keuze zorgvuldig wordt afgewogen.
Dus testten we eerst een klein stukje. Glijdt het systeem? Ja. Oké, wat hoger. En eerlijk: het testen zelf voelde stiekem geweldig.
Het wakkerde interesse aan; er kwam steeds meer aandacht voor de zipline. Ik denk dat er bijna 80 kinderen minstens één keer zijn afgeweest. Zelfs het wachten was oké. Iedereen leefde mee in spanning met dit project. Er werd gejuicht voor elkaar, geholpen. Hoewel ik dat helpen soms wat afremde om zelf een bepaalde controle te houden — maar daarover vertel ik meer in mijn reflectie.
Het mooiste waren de emoties van de kinderen. Kinderen die zelf aangaven: “Hier ben ik nog niet klaar voor.” Kinderen die vroegen of ik hun benen wilde vasthouden, om daarna te zeggen: “Nog eens! En deze keer helemaal alleen.” En dan die kleine dappere avonturiers die met volle overtuiging vertrokken: “Ik ben wel al 4, hè.”
Het was een dag die liet zien hoe risicovol spel kinderen laat groeien: in durf, in inschatten, in samenwerken, in grenzen verleggen. En hoe wij als begeleiders voortdurend balanceren tussen veiligheid en vrijheid, tussen vertrouwen en nabijheid.
Wat begon als een droom van één kind, werd een gezamenlijke creatie — én een prachtige les in wat kinderen (aan)kunnen wanneer we hen ruimte geven.
Dag 3: Afdrukken en de timmerhoek
De dag begon rustig. We trokken de boerderij in met klei en een stempelkussen, op zoek naar afdrukken. Boomschors, stenen, bloemen, fietsbanden, metalen roosters… alles werd stempelmateriaal. Het was mooi om te zien hoe kinderen meteen begonnen te experimenteren: duwen, rollen, vergelijken, opnieuw proberen. Uiteindelijk maakten we er een bord van, een afdrukkaart van de boerderij. Een klein project, maar eentje dat precies toont hoe kinderen kijken, ontdekken en betekenis geven. Isabelle besliste om de klimboom als laatste te stempelen, zodat ze de afdruk in de klei kon laten drogen en mee naar huis nemen. Die boom is duidelijk al haar favoriete plekje op de boerderij.
Terwijl ik mee rondloop en leuke afdrukken zoek, had ik de kans om wat zaken bij de zipline te observeren, vooral het verschil in begeleidingsstijl tussen mij en J. Daar kom ik graag nog op terug.
In de namiddag stond ik in de timmerhoek. De voorbije dagen waren hier meestal twee begeleiders aanwezig, dus ik was ervan uitgegaan dat dat vandaag ook zo zou zijn. Maar plots stond ik er alleen. Ik had zelf nog geen startmoment gehad in de timmerhoek en omdat het al namiddag was, waren er ook lopende projecten. Ik zag dat de kinderen die de hoek goed kenden hun plan trokken, maar enkele anderen waren nog nieuw. Ik wist zelf niet waar alles lag en kinderen vroegen soms om hulp bij elektrisch materiaal. De opstart na de middag was even een drukke bedoening en in combinatie met zelf wat verloren lopen in de omgeving voelde het overweldigend.
Na verloop van tijd keerde de rust terug in de zone. Kinderen die geen plek meer hadden, waren ondertussen elders aan het spelen en voor mezelf kwam het gevoel van overzicht stilaan terug.
Het was een moment waarop ik merkte hoe belangrijk het is om een plek eerst te leren kennen voordat je er vol vertrouwen kan begeleiden. Ik voelde de druk om tegelijk veiligheid te bewaken, kinderen autonomie te geven, materiaal te kennen en grenzen te stellen. Dat alles terwijl ik nog zoekende was in wat er precies mogelijk is in deze hoek.
Het was geen mislukte namiddag, maar wel een confronterende. Een reminder dat je als begeleider niet alleen kinderen moet inschatten, maar ook jezelf. Wat weet ik al, wat nog niet, wat heb ik nodig om hier stevig te staan.
En tegelijk was het waardevol. Want dit zijn precies de momenten die je laten groeien. De momenten waarop je voelt dat je hier sterker in wil worden. De timmerhoek wordt de komende dagen geen plek om te vermijden, maar een plek om te leren kennen, stap voor stap, net zoals kinderen dat doen.
Nota voor mezelf: deze ervaring morgen nog even met Aline delen.
Dag 4: Zien wat er gebeurt op de wei.
Deze voormiddag liep ik rond. Er is altijd iemand, of meerdere personen, die rondloopt en geen activiteit begeleidt, zodat er zicht is op het vrije spel. Je kan helpen waar nodig, bij de kinderen of bij een medebegeleider, en in mijn geval ook om te observeren. Want ik heb al sterk ondervonden dat, hoe leuk het ook kan zijn om meegezogen te worden in een activiteit of in het spel van kinderen, je echt mist wat er verder op de wei gebeurt.
Wanneer ik in de klimtuin kom, wordt er tikkertje gespeeld. De kinderen lopen door en over het "oerwoud"(een takkenbos/stapel). Niet onbezonnen, maar vertraagd, en ze kiezen net deze plek om minder bereikbaar te zijn. Als de tikker dichterbij komt, stappen ze verder, maar niemand beweegt roekeloos. Ik speel mee. Wanneer iemand van de klimboom naar het oerwoud wil gaan via een overhangende tak, loopt het even mis. Ze schuift weg en belandt met haar benen in de netels. Het spel staat even stil en de kinderen helpen elkaar. Daarna beslissen ze om die tak niet meer te nemen.
In de winkel nemen enkele lagere schooljongens het voortouw en brengen alles helemaal op orde. De grote jongens die bewust voor de winkel kiezen, dat vind ik prachtig. Ze kiezen een rustigere activiteit en tonen hoe kinderen zichzelf kunnen aanvoelen en reguleren. Ze zoeken allerlei natuurmateriaal en losse onderdelen bij elkaar om te verkopen.
Vlak na de middag begeleid ik een groepsspel. Een groep van tachtig kinderen krijgt de uitdaging om de overkant te bereiken met enkele losse onderdelen. Er zijn geen winnaars, het doel is om er samen te geraken zonder de grond te raken. Begeleiding mag een handje helpen. Wat een heerlijke samenwerking.
In de namiddag begeleid ik het kleien, ditmaal met echte kleigrond. Het vraagt wat geduld en doorzetting van de kinderen om de klei mals te krijgen. Eens dat lukt, verschijnen er geweldige kunstwerken. Olliver hangt vandaag bij mij en is heel ongelukkig. Een rustige activiteit waarbij hij nabij kan blijven, komt nu wel goed uit. Later op de avond blijkt hij 39,5 graden koorts te hebben. Vandaar de zeer moeilijke dag.
Dag 5: Vrij bewegen, bezorgd blijven.
Vandaag was het een kampdag zonder Olliver. Ergens voelde dat als een opluchting en het gaf me enerzijds letterlijk ruimte, omdat er geen kind aan mijn been hing en ik op kamp kon bezig zijn met kamp in plaats van met hoe ongelukkig hij daar was. Anderzijds gaf het me geen echte mentale ruimte, want een groot stuk daarvan werd ingenomen door de ongerustheid over hoe het thuis met hem ging. Ik had het geluk dat mijn moeder door andere onvoorziene omstandigheden vandaag toch thuis was. Dus ik wist dat hij daar goed zou zijn, maar de koorts die zo slecht daalde bleef toch in mijn hoofd spoken.
In de voormiddag begeleid ik het werken met messen, takken snijden. We maken grasfluitjes, kabouters en toverstafjes.
De zipline is vandaag weer open en Aline beslist dat hij hoger mag. Alle kinderen bevinden zich aan onze kant van de weide, in de rij van de zipline, bij het messenwerk of als enkele zwervers aan de trampoline en de klimboom. De rest van de weides lijkt haast verlaten.
In de namiddag wordt er vrij gespeeld en heb ik even de kans om af te toetsen bij Aline en Maaike. Er wordt op tijd en grondig opgeruimd, want vandaag gaan de poortjes wat vroeger open voor de mama’s en de papa’s. De kinderen mogen hun ouders rondleiden en hun favoriete speelplek laten zien.
Dag 6: Een nieuwe week vol dromen.
“Buiten zijn en ravotten, dat is echt mijn ding. Daarom kom ik hier op kamp.” Met die oneliner start de tweede week van mijn stage.
Op kalmaandag wordt er opnieuw rustig gestart met vrij spelen. Vandaag wordt er bewust gekozen om de begeleiding wat vast te pinnen op zones, zodat nieuwe kinderen de plekjes beter ontdekken en zien wat je er allemaal kan doen. Ik speel deze voormiddag in de stenenput. Van verwondering en uitzoeken van de mooiste stenen en schatten tot ideeën bedenken voor het elfenhuisje. Ik haal de potloden erbij en we maken stenen trollen.
In de namiddag doe ik samen met Aline de opening van de timmerhoek. Ik word mee ondergedompeld in hoe Aline de hoek aanbrengt voor nieuwe kinderen en merk meteen wat ik vorige week miste. Na vandaag zou ik de timmerhoek zonder probleem alleen kunnen begeleiden en deze op zijn minst kennen. Anders dan het vrij spelen, klimmen of ergens op het terrein een droom uitbouwen, vraagt deze plek echt wel dat je de materialen en mogelijkheden kent voor een betere begeleiding. Niet dat het misliep vorige week, maar ik merkte vooral de onrust bij mezelf.
Wat deze week enorm opvalt, is dat er zoveel dromen leven. Kinderen hebben via via al dingen opgevangen van andere kinderen en eerdere kampen. Zo wordt er gedroomd van een fietsenrace, een wildwaterbaan, het verder uitbouwen van het elfenhuisje, spelen met water omdat het zo warm is, en nog veel meer.
Ik voel bij mezelf iets wat ik misschien moet beschrijven als keuzestress of FOMO. Liefst zou ik overal zijn. Overal een vlieg willen zijn of juist bepaalde dingen begeleiden en daar dieper op ingaan. Ik denk meteen aan de kabouter van vorige week en zou met messen en takken mannetjes willen bouwen, nageltjes en stofjes meenemen om gordijntjes te timmeren aan de elfenhuisjes. De wildwaterbaan, ook zo’n plan waar ik graag bij wil zijn. Anderzijds betekent iets begeleiden dat je weinig ziet van wat kinderen spontaan opnemen in de wei. De stage zit al in de helft en ik kom tijd te kort.
Dag 7: De dynamiek van een wei vol leven.
Vandaag loop ik de hele dag rond en observeer. C. start met het uitdenken van de wildwaterbaan, samen met een enthousiaste zevenjarige die volledig opgaat in zijn droom en een vijftienjarige begeleider. Wanneer ik even mee kom brainstormen en het plan bekijk, geniet ik ervan om de dynamiek waar te nemen. V. (15j) zag nergens gevaar en C. had een tegenstrijdig gevoel. Ik moet temperen, de verantwoordelijke zijn, maar ik wil dat vlammetje niet doven waarmee een jonge puber met kinderen en avontuur aan de slag wil. Weer dat wikken en wegen. En wat is zo veilig als nodig. Ze gaf toe blij te zijn dat ik er ook wat voorstellen tegenaan gooide.
V. (17j) vertelt me over de opbouw van het fietsenraceparcours. Het wikken en wegen in begeleiden. Hoe moeilijk het was voor sommige kinderen om er iets concreet van te maken en dat voor hem het begeleiden van trial and error eenvoudiger aanvoelde dan inzien wanneer hij nu echt concrete instructies moest geven om de opbouw op gang te helpen. Onderzoekend en planmatig werken loopt niet altijd gemakkelijk. Kinderen hebben dromen, maar opbouwen is moeilijk.
Sommige momenten lopen de denkprocessen hier mooi in elkaar, tussen karakters en leeftijden, en andere momenten merk je kinderen die het kant en klare zo gewoon zijn.
Wanneer ik in de namiddag aan de klimboom ben, zie ik een mooi staaltje van zo hoog mogelijk schommelen. Ik geniet ervan om dit bezig te zien, tot de schommelkoord, door zo hoog te gaan, achter een uitstekende tak blijft hangen. De schommel en het kind in kwestie krijgen een enorme snok. Dat was even verschieten, gelukkig zonder grote gevolgen. Wel beslis ik de takkenzaag te halen om dat uitstekende stuk te verwijderen. Zo kan er weer naar hartenlust zo hard en hoog mogelijk geschommeld worden zonder dat er kans is dat de schommel blijft haken.
Olliver heeft ondertussen zijn plekje gevonden in de timmerhoek en gaat daar ijverig aan het werk zonder dat ik in de buurt ben. G. maakt stiekem een filmpje van zijn doorzettingsvermogen. Ik beloof hem af en toe te komen kijken en dat werkt op deze manier. Zo fier op zijn zelfbedachte en zelfgemaakte uil. Prachtig gewoon.
Dag 8: Een warme dag voor de zon zich verstopte.
Het is al warm in de vroege ochtend. De dag start voor mij rustig in de modderkeuken, nog voor de kring en de echte kampdag beginnen. Een klein verbindingsmoment met mijn eigen kinderen. In de kring doet een groepje kinderen een dansje voor en wij dansen na, in plaats van de gebruikelijke ochtendgym. Het wordt straks echt te warm om in de vlakke zon aan het podium te staan kijken.
Vandaag ga ik met een paar kleine piraten aan de slag om hun boot verder uit te bouwen. We zoeken takken om het stuurwiel te verfijnen en maken een hele bak hout leeg. We zeulen hem naar de boot, want dit wordt de gevangenis. De warmte is slopend vandaag.
De namiddag wordt een rustig moment en de zon wordt gemeden. De boot moet wachten tot morgen en ik speel wat waterspelletjes.
Dag 9: Verkoeling gezocht.
Ik merk dat ik zelf voel hoe de warme dagen en de lange ritten heen en terug beginnen doorwegen. Hoewel er zoveel is dat ik zie, voel en ervaar, wordt het steeds moeilijker om alles neer te schrijven. Vandaag zochten we zelfs in de voormiddag al zoveel mogelijk schaduw op.
Ik experimenteerde samen met de kinderen met bellenblaas. Er werd ook heerlijk geschoven op een plastiek met water. Sommige begeleiders wisselden hun kledij voor een zwembroek en maakten net als de kinderen met plezier gebruik van de buitendouche. Afkoeling opzoeken is het motto van de dag.
In de namiddag kreeg ik mijn evaluatie van Maaike en had ik een gesprek over enkele vragen met Aline.
Dag 10: De laatste dag.
Het is voorbij gevlogen. De boot is ondertussen af. We hebben door wildwaterbanen gegleden, van ziplines afgegleden, geklommen, geknutseld en in hangmatten gehangen. Thuis, nog voor het vertrek, wordt de vraag “Wat wil je nog doen, het is nu echt de laatste dag” door Isabelle beantwoord met “Maakt niet uit, het is ok, mijn dromen zijn uitgekomen.”
Als rustige afsluiter maak ik met een groep kinderen zonnefoto’s met kurkuma. In de namiddag "chill" (zoals de kinderen dat zeggen) ik onder de klimboom met rustige muziek, hangdoeken en een stuk of vijf voorleesverhalen op een picknickdeken. Wat Olliver nadien tijdens de rondleiding aan mij als mama aangeeft als zijn lievelingsmoment van het kamp. Mijn mannetje toch.
De stage zit erop. Mijn brein moet het nog even verwerken. Ik zou graag meer komen, nog eens komen. Misschien ook wel zonder de rol als mama. Misschien zelfs als kind. Kon ik dat maar. Ik weet alvast dat ik zelf als kind zo zou genoten hebben van een plek als deze.
Maak jouw eigen website met JouwWeb