Ervaren in plaats van observeren: mijn rol binnen NatuurTalent

Tijdens mijn stage bij NatuurTalent kreeg ik de kans om risicovol spel niet alleen te observeren, maar ook daadwerkelijk mee te beleven. Hoewel ik vooraf een uitgebreid observatiedocument had opgesteld, merkte ik al snel dat een volledig systematische observatie niet haalbaar was binnen een context waarin ik twee weken actief meedraaide. Ik stond midden in de praktijk: ik begeleidde kinderen, werkte mee in de dagelijkse werking en bevond me voortdurend in interactie met de omgeving, de collega’s en de kinderen. Daardoor kon ik niet de afstand bewaren die nodig is voor een klassieke observatiestudie, maar kreeg ik wel een veel rijkere, meer gelaagde ervaring.

Hoewel een volledig observatiedocument in deze context niet realistisch was, blijft zo’n document wel waardevol voor diepgaander onderzoek. Een langdurige observatie, bijvoorbeeld over een jaar, zou toelaten om patronen, seizoensinvloeden, groepsdynamieken en individuele ontwikkelingslijnen veel preciezer in kaart te brengen.

Op de rest van mijn vragen gaf Aline bewust slechts een klein deel van de antwoorden zelf, omdat ze vond dat ik de rest moest ervaren, voelen en zien in de praktijk. Die keuze maakt dit hoofdstuk uniek: het is geen verslag van een buitenstaander, maar een perspectief van iemand die meedeed, meedacht en meeleefde in de dagelijkse realiteit van NatuurTalent. In deze stageperiode lag de kracht echter in de intensiteit: ik zag veel, ik voelde veel, en ik stond er middenin. Dat maakt deze ervaring minder systematisch, maar des te rijker.

Deze pagina verzamelt de inzichten die tijdens het kamp ontstonden: over risicovol spel, keuzes rond veiligheid, mijn begeleidingsstijl, de dynamiek tussen leeftijden en begeleiders, en de kleine momenten die tonen hoe kinderen leren, durven en groeien.

 

Zipline en keuzes rond veiligheid

De zipline werd voor mij een oefenplek in afwegen: wat kan, wat mag, wat voelt veilig genoeg en wanneer wordt het te veel. Dit was geen nadenken over een rijke omgeving met de juiste affordances die kinderen vanzelf tot risicovol spel uitnodigen, maar het uitwerken van een droom die wel vroeg om risicocompetentie en inschattingsvermogen. Van ons als begeleiders, en van de kinderen die de zipline gebruikten.

Ik twijfelde op bepaalde momenten of een touw om af te remmen een goede keuze zou zijn. Na testen bleek dat het vooral in de weg hing en meer risico vormde. Ik herhaalde vaak dat kinderen hun duimen rond de stang moesten houden in plaats van hun hand bovenop, voor een sterkere grip. Voor sommige kinderen hield ik op hun vraag de stang nog even vast bij de afsprong van de ladder, zodat ze zachter konden vertrekken zonder snok.

Hoewel de oudste kinderen hevig waren om de zipline door te geven en de kleintjes te helpen, had ik zelf graag één voet op de ladder die toch wat wiebelde, en keek ik graag of ze de stang goed vasthadden. Ik vroeg ook aan kinderen of ze graag hadden dat ik meeliep, al dan niet met hun benen vasthouden. Zo zag ik kinderen vertrekken met telkens een stukje minder ondersteuning: enthousiaste kinderen, maar soms met twijfel. En dan weer anderen die er vanaf de eerste seconde afgingen zonder nadenken.

Ik vond de activiteit heerlijk, maar merkte dat onbezonnen doorgeven iets was wat ik niet graag toeliet. En ik bleef graag nabij. De dag erna liet J. dit bijvoorbeeld wel toe en nam veel meer afstand. Ik zag niet alleen hier, maar gedurende twee weken, hoe ieder zijn eigen manier heeft om grenzen te bewaken, ruimte te geven en kinderen te laten groeien, en hoe die verschillen samen een rijk geheel vormen.

Na anderhalve dag niet beschikbaar te zijn geweest, werd de zipline op blijvende vraag van de kinderen opnieuw opengesteld. Deze keer werden takken aan de boom weggehaald zodat ze met een hogere ladder tegen de boom konden vertrekken. Er werden ook meer kussens en matrassen voorzien. Na overleg met een brandweerman, een vriend van Aline, werd uiteindelijk beslist om de zipline weg te halen. Dit toont hoe veiligheid en vrijheid voortdurend in balans gezocht worden.

De gesprekken over een mogelijke aankoop van een klimbroekje en het bouwen van een veilige, definitieve versie op het terrein maakten duidelijk hoe belangrijk het is om risicovol spel niet te schrappen, maar te ondersteunen met doordachte keuzes en degelijk materiaal.

Ervaring in de timmerhoek

Mijn eerste keer in de timmerhoek kwam onverwacht. Ik stond er alleen, wist niet waar alles lag, kende de verschillende boren en onderdelen niet, en merkte hoe dat mijn rust beïnvloedde. De combinatie van drukte, onbekendheid en verantwoordelijkheid maakte de opstart overweldigend, tot de zone zich uitdunde en het overzicht terugkeerde.

Tijdens mijn tweede keer opende ik de timmerhoek samen met Aline. Door haar duidelijke structuur, heldere afspraken en manier van introduceren begreep ik meteen wat ik eerder miste. Ik zag hoe belangrijk het is om deze plek bewust te openen, de materialen te kennen en de omgeving te begrijpen. Vanaf dat moment voelde ik dat ik de timmerhoek zelfstandig zou kunnen begeleiden.

Wat ik daarbij besefte, is waarom het anders aanvoelt dan thuis of in mijn klas met gelijkaardig materiaal werken. Daar ken ik het materiaal, weet ik precies wat waar ligt en heb ik zelf de afspraken vastgelegd. Die vertrouwdheid geeft rust. In de timmerhoek moest ik die verankering nog opbouwen: de plek leren kennen, de logica van de materialen begrijpen en weten hoe kinderen hier aan projecten beginnen.

Het inzicht dat hieruit groeide is dat de timmerhoek niet per se een andere vorm van begeleiding vraagt, maar wel een gestructureerde start en voldoende vertrouwdheid met de omgeving. Die kennis geeft niet alleen kinderen houvast, maar ook mij als begeleider de rust om stevig te staan.

Dynamiek tussen leeftijden en begeleiders

De dynamiek tussen leeftijden, tussen kinderen onderling, tussen kinderen en begeleiders, en tussen begeleiders onderling was voortdurend in beweging. Ik zag hoe oudere kinderen spontaan begeleiden, hoe jong en oud grenzen verkennen en hoe begeleiders met kleine interventies grote verschillen maken.

Het aanbieden van gele sjaaltjes en verantwoordelijkheid geven aan kinderen vanaf 12 jaar is iets waar Aline sterk achter staat. De dynamiek die daarbij ontstaat, soms door medebegeleiders benoemd als “dit vraagt wel wat van mij, want eigenlijk is dit ook nog een kind”, ziet Aline net als een kracht. Ze benoemt hoe mooi het is dat de jeugd meegroeit met de kinderen en de ideeën die ontstaan, terwijl volwassenen soms op de rem staan. Maar die dynamiek zorgt ervoor dat het nooit volledig rem is en nooit volledig gas

Kleine momenten die veel tonen

De kleine momenten bleken vaak het meest betekenisvol. Dat waren de momenten waarop kinderen spontaan vormgaven aan risicovol spel: spinnen en ronddraaien met de schommel, riddergevechten in het kasteel, kinderen die steevast de brug en de heuvel kiezen in plaats van het vlakke pad. De klimboom die niet alleen uitnodigt door zijn naam, maar door zijn bouw. Zelfs zonder touw of schommel zou dit een klimboom zijn ... over affordances gesproken.

De takken die rondslingeren worden zwaarden waarmee gezwaaid wordt, waar kracht gemeten wordt en kampen mee uit de grond rijzen.

Risicovol spel zit niet alleen in grote constructies, maar ook in kleine handelingen. Voor sommige kinderen voelt een blotevoetendag al als een groot risico, want “oh nee, misschien een splinter”. Een laddertje beklimmen is ook spelen in de hoogte. Toen op dag één een kind dit deed tijdens Maaike haar uitleg, stond ik er pas bij stil toen zij zei: “Kijk, al direct een mooi voorbeeld van een kind dat risicovol spel initieert.” Ik besefte dat ik daar niet meer van opkijk. En hoewel ik weet dat deze uitdagingen, dat die risicocompetentie zich ontwikkelt in de zone van naaste ontwikkeling, merk ik dat ook ik een bepaalde bril draag, gevormd door mezelf en mijn kinderen.

Risicovol spel is groeien, proberen en durven. Durven doen of durven aangeven dat je iets niet doet. Wat voor de ene hoog of snel is, is dat voor een ander niet. De weg naar risicocompetentie is persoonlijk en niet te vergelijken. Wij kunnen alleen zorgen dat er ruimte is voor die ontwikkeling.

Bewondering voor Aline en Maaike

De manier waarop Aline en Maaike dit kamp dragen, raakte me diep. Zoveel kan en zoveel mag, en toch zo standvastig en kordaat in waar de grens ligt, maar altijd op een warme, duidelijke en prachtige manier gebracht. Zoveel respect en vertrouwen in de kinderen. En wanneer de weinige afspraken die er zijn niet gevolgd worden, trekken ze het open en wordt er gefilosofeerd in de groep.

Kinderen hebben nood aan zichzelf kunnen zijn en mogen zijn. Aan proberen en experimenteren, aan vallen en opstaan. De rijke omgeving die zij hier creëren is prachtig.

 

Aline haar droom en de plek die ze bouwt

Ik voelde bewondering voor hoe Aline haar droom hier waarmaakt. Het raakte me dat er mensen zijn zoals zij, die een plek creëren waar kinderen mogen groeien, proberen, vallen, opstaan en zichzelf ontdekken.

Het is een werking waar natuur centraal staat, net als vrij en ongestructureerd spelen, en vertrekken vanuit dromen. Ik zie hoe mooi de keuze en vrijheid er altijd is, maar ook hoe kinderen leren dat een droom najagen ook werken is: geduld hebben, proberen, misschien falen, opnieuw proberen, nadenken, reflecteren, plannen. Een droom is geen swipe of klik, maar een weg afleggen. Doorzetten en niet opgeven wordt hier meegegeven, en de voldoening daarna is eens zo groot.

Zelf mogen meedenken maakt dat afspraken en beslissingen die genomen worden ook door kinderen gedragen worden.

En als we het dan toch hebben over dromen: hoe kwam Aline haar droom tot stand? “Ik heb 21 jaar anders gewerkt, in het onderwijs. Maar dat werkte niet meer. Ik ben beginnen luisteren naar de kinderen, van onderuit vertrokken. Wat hebben zij nodig? Dat liep gelijk met een periode waarin ik zelf het gevoel had dat ik niet kon zijn. Dat speelde ook bij mijn zoon, en eerlijk gezegd zag ik dat ook bij de kinderen in de klas. Nu doe ik dit acht jaar en het is echt een aanvoelen. Aanvoelen wat nodig is.”

Toch heeft Aline soms het gevoel niet zeker te zijn of ouders echt achter het project staan, of gewoon een plek vonden waar ze hun kind konden afzetten. Meer doen dan open communiceren (via de site, Instagram, open poortjesmomenten) kan ze niet. Over de prachtige momenten én de risicovolle momenten. Soms met een bang hart over wat ouders echt denken.

Tips die ik meekrijg om mee te nemen naar mijn klas of school: “Gewoon buiten gaan. Plan vaste momenten in, ongeacht het weer. Communiceer met ouders over kledij. Hou een infoavond met een presentatie: waarom wil je hiermee starten als school of juf? Laat kinderen dromen. Trommel gerust ouders op: wie heeft er iets voor school? Oude potten en pannen? Een pallet? Go with the flow en blijf reflecteren met collega’s. Wat wij doen op een teambuilding of bijscholing is leerkrachten het eerst zelf laten ervaren, en dan pas vanuit de positie als juf. Om in te zien dat de goesting niet afgeremd moet worden.”